Je 3D model printklaar maken: 7 checks voor je upload
· 6 min lezen
Wanddikte, overhangen, tolerantie en meer: met deze 7 checks voorkom je mislukte prints en extra kosten als je een 3D model laat printen.
We controleren elk model voordat het de printer in gaat. Maar met deze checks weet je zelf ook al of je ontwerp goed gaat.
1. Is het model dicht?
Een 3D-model moet waterdicht zijn (manifold): geen gaten, geen losse vlakken. Gratis tools zoals de reparatiefunctie in je slicer of in Windows 3D Builder lossen dit vaak automatisch op.
2. Wanddikte van minimaal 1,2 mm
Dunnere wanden zijn breekbaar of worden helemaal niet geprint. Voor onderdelen die kracht moeten hebben: 2 mm of meer.
3. Overhangen tot 45°
Elke laag moet op de vorige rusten. Hellingen tot ongeveer 45° gaan prima. Steiler? Dan is support nodig. Dat kost extra materiaal en tijd, en laat soms sporen achter.
Tip: draai je model zo dat het grootste platte vlak onderop ligt. Vaak heb je dan helemaal geen support meer nodig.
4. Speling voor passende onderdelen
Twee onderdelen die in elkaar moeten? Houd 0,2 tot 0,3 mm ruimte aan aan elke kant. Voor een schroefgat van M3 teken je een gat van ongeveer 3,2 mm.
5. Kleine details
Teksten en details kleiner dan ongeveer 0,4 mm (de breedte van de spuitmond) verdwijnen. Maak reliëftekst minimaal 0,6 mm hoog en de letters niet te dun.
6. Past het op de plaat?
Onze printruimte is 255 × 255 × 255 mm. Groter? Dan splitsen we het model in delen die je kunt lijmen. Onze uploader waarschuwt je automatisch bij STL-bestanden.
7. Laagrichting en sterkte
Prints zijn het zwakst tussen de laagjes. Een haakje dat rechtop geprint wordt, breekt sneller af dan eentje dat plat ligt. Zet in de opmerkingen hoe het onderdeel belast wordt, dan kiezen wij de beste oriëntatie.
Alles gecheckt? Upload je model. Ging er toch iets mis bij een eigen print? Lees veelvoorkomende printproblemen.
Upload je model en vraag direct je print aan. Of lees eerst: Een onderdeel laten printen.